Het onderhemd van een baby heet meestal een rompertje: een hemdje dat onder het luiergebied doorloopt en daar met drukknopen sluit. Het blijft ingestopt, ook als er gerold en getrapt wordt, en dat is precies waarom het bestaat. Kopen draait om twee dingen: hoe je het aan krijgt en hoe het is afgewerkt.
Drukknopen in het kruis of een overslaghals?
Die twee sluiten elkaar niet uit; de meeste rompers combineren ze.
- Drukknopen in het kruis: de romper blijft op zijn plek en je kunt een luier verschonen zonder het bovenlijfje uit te kleden. Kies er drie of vier naast elkaar — bij twee knoopjes trekt de stof scheef.
- Overslaghals (envelophals): de schoudernaad rekt open, zodat het hemdje over de schouders naar beneden kan in plaats van over het hoofd. Onmisbaar in de eerste maanden en handig na een lekkende luier.
- Wikkelmodel met strikjes of drukkers opzij: gaat helemaal open op de commode. Prettig zolang een baby nog niet zit.
- Knoopjes op de schouder: makkelijk aan te doen, maar controleer regelmatig of ze stevig vastzitten.
Welke maat koop je?
Babymaten volgen de lichaamslengte in stappen van zes centimeter. Nieuwgeborenen groeien er snel doorheen, dus een grote voorraad in maat 50 blijft vaak halfgebruikt liggen.
| Maat | Lengte | Indicatie leeftijd |
|---|---|---|
| 50 | tot 50 cm | De eerste weken |
| 56 | 51–56 cm | 0–2 maanden |
| 62 | 57–62 cm | 2–4 maanden |
| 68 | 63–68 cm | 4–6 maanden |
| 74 / 80 | 69–80 cm | 6–12 maanden |
| 86 | 81–86 cm | 12–18 maanden |
Vier tot zes rompers per maat is voor de meeste gezinnen genoeg, aangevuld met een paar extra voor de nachten waarin twee keer verschoond wordt.
Waar je op let bij de afwerking
- Geen koordjes of losse linten rond hals en capuchon, en geen losse kraaltjes of applicaties.
- Labels aan de buitenkant of ingeprint op de stof, zodat er niets langs de rug schuurt.
- Platte naden en zachte boorden; ribstof aan de mouwuiteinden houdt de mouw op zijn plek zonder te knellen.
- Was het hemdje voor het eerste gebruik met een mild, geurvrij wasmiddel om restanten uit het productieproces te verwijderen.
- Controleer drukknopen na elke wasbeurt op stevigheid; vervang een romper zodra er één loszit.
Katoen is hier het uitgangspunt, het liefst zonder felle print op de binnenzijde. Over de stofkeuze zelf lees je meer bij biologisch katoen en welke stof past.
Laagjes werken beter dan één dik kledingstuk: een dun rompertje onder gewone kleding laat zich makkelijk aanpassen als de kamer warmer of koeler is. Voel bij twijfel in de nek, niet aan handjes of voetjes — die zijn bijna altijd koeler. Wij geven geen medisch advies; twijfel je over kleding, temperatuur of slapen, leg de vraag dan voor aan het consultatiebureau.
Wassen en vervangen
Een programma op 40 °C volstaat voor dagelijks gebruik; sla wasverzachter over, want die maakt katoen minder absorberend en kan geuren achterlaten. Vlekken van fruit en melk gaan er beter uit als je ze koud voorspoelt in plaats van meteen warm wast. De algemene wasgids en de tips over drogen gelden ook voor babygoed, met dit verschil: gebruik de droger op de laagste stand, anders krimpen rompers merkbaar in de lengte.
Groeit je kind uit de rompertjes, dan volgt de stap naar losse hemdjes. Hoe die maatvoering doorloopt, zie je bij katoenen onderhemden voor kinderen en in de maattabel.
Verder lezen
Veelgestelde vragen
Rompertje met korte of lange mouw?
Korte mouw is het veelzijdigst: eronder komt niets, eroverheen alles. Lange mouwen zijn handig in de winter of als extra laag onder een pakje, maar bollen soms op onder een trui met nauwe mouwen.
Waarom zit er een overslag in de hals?
Zodat het hemdje over de schouders naar beneden kan als er iets in geknoeid is, in plaats van langs het gezicht omhoog. Het scheelt gedoe bij het aankleden en bij het verschonen van een vieze romper.
Hoeveel rompertjes heb je nodig per maat?
Vier tot zes is een werkbare basis als je om de paar dagen wast. Ga je minder vaak wassen, reken dan op acht. Koop per maat bij, want ongebruikte voorraad in een te kleine maat blijft liggen.